foto verkeerstromen

Digitale infrastructuur manifesteert zich via platformen

Veel organisaties bevinden zich op een kruispunt als het gaat om investeringen in hun eigen IT-voorzieningen. De digitalisering van de organisatie vraagt om veranderingen aan zowel de software- als aan de infrastructuurkant. Aan beide kanten gaan de ontwikkelingen snel.

Vanuit de IT-organisatie zijn investeringen op het vlak van software eenvoudig uit te leggen aan de business. En in veel gevallen komt de business zelf met de vraag voor bepaalde functionaliteit: iedereen ziet de toegevoegde waarde van een digitale app die de omzet en het marktaandeel vergroten. Aan de kant van de technische infrastructuur is die discussie lastiger. Wat levert die nieuwe firewall nu eigenlijk op? En wat is de toegevoegde waarde van een nieuwe storage-omgeving? Ook al kan de applicatiekant niet zonder, het is toch lastiger om de meerwaarde van infrastructuur precies te benoemen.

Infrastructuur is een gegeven

Tegelijkertijd zien we met de opkomst van de cloud dat infrastructuur steeds meer wordt gezien als iets waar je je geen zorgen over hoeft te maken. In de cloud is de infrastructuur een gegeven. Dat is het duidelijkst bij Software-as-a-Service, waarbij klantorganisaties functionaliteit huren zonder dat ze zich hoeven te verdiepen in de onderliggende infrastructuur.

In ons digitale tijdperk zien we een interessante wrijving ontstaan tussen de applicatielaag en de infrastructuurlaag. Applicaties vragen om ontwikkel- en onderhoudsprocessen, waarbij snelheid en veranderbaarheid centraal staan, zodat bedrijven snel kunnen inspelen op veranderingen in de markt. De lancering van een nieuw product mag niet meer lang duren: voor je het weet heeft de concurrentie al een flink deel van de markt gepakt. Consumenten zijn steeds sneller verveeld en verwachten dat de laatste nieuwigheidjes direct beschikbaar komen.

Stabiliteit

Infrastructuur draait om stabiliteit, omdat iedereen verwacht dat alle digitale diensten dag en nacht beschikbaar zijn. En omdat de digitale wereld onverwachte en onvoorspelbare pieken en dalen kent, is schaalbaarheid een belangrijk aandachtspunt. Volumes in de infrastructuur moeten kunnen mee-ademen met volumes in de business.

De vraag is hoe je de werelden van snelheid en stabiliteit bij elkaar brengt. Een deel van de oplossing is om infrastructuur te benaderen vanuit de gedachte van platformen. Vroeger maakten organisaties zich druk om alle lagen van de infrastructuur, inclusief netwerk en operating system. Met platformen verdwijnen bijna alle lagen onder de motorkap. Het platform is een black-box, waarbij je wel weet wat je krijgt, maar je niet hoeft te weten hoe het platform dit realiseert. Hierdoor kun je je focussen op de aspecten die voor bedrijfsfunctionaliteit het meest belangrijk zijn: de applicatie en de bijbehorende data.

OTAP-straten

Een goed platform kan opereren op verschillende soorten infrastructuur. Dat kunnen we het beste illustreren met een voorbeeld. Bij applicatie-ontwikkeling zijn vaak zogenaamde OTAP-straten ingericht voor het Ontwikkelen, Testen, Accepteren en als laatste de Productie. Door te ontwikkelen op een platform kun je de Ontwikkel-, Test- en Acceptatiestraten in een cloudomgeving zetten en de uiteindelijke productie draaien in je eigen datacenter. Omdat je bij de cloud betaalt naar gebruik, heb je dan tot productie een oplossing waarbij je alleen betaalt als de straten ook daadwerkelijk worden gebruikt. Bijkomend voordeel: cloudcapaciteit is (bijna) altijd direct beschikbaar, waardoor je snelheid brengt aan het begin van ontwikkeltrajecten.

Een platform zorgt ervoor dat organisaties zich kunnen concentreren op de applicaties en alle functionele eisen daaromheen. De infrastructuur – of dat nu cloud is of niet – blijft grotendeels verborgen. Organisaties kunnen zich daardoor richten op het faciliteren van snelheid. Natuurlijk blijven er dan nog steeds spanningen bestaan tussen die twee werelden. Die frictie is het beste te managen met menselijke engineers, de oplossing ligt niet in verdere automatisering.

Engineers zijn in dit geval platformspecialisten die begrijpen op welke wijze applicaties het beste kunnen landen op het specifieke platform. Zij ‘begeleiden’ de DevOps-teams en zorgen voor een soepele overgang tussen omgevingen. De frictie is ook functioneel: het dwingt je om met elkaar te bepalen waar de prioriteit ligt en wat er acceptabel is, bijvoorbeeld op het gebied van security.

Het gebruik van platformen is een logische stap om cloud beheersbaar te introduceren binnen een organisatie. En voor organisaties die al gebruikmaken van de cloud zijn platformen een goede manier om stabiliteit en beheersbaarheid te introduceren. Het belangrijkste voordeel ligt echter aan de businesskant: het faciliteren en versnellen van de nodige digitale transformaties binnen de organisatie.