ORDINA BLOGT

De patiënt als regisseur: Veranderingen binnen zorgorganisaties

Een belangrijke verandering in de zorg is dat burgers participeren in het zorgproces. Om participatie mogelijk te maken heeft de burger een instrument nodig, zoals de behandelaar ook een instrument heeft. Voor de burger is het instrument zijn persoonlijk dossier. Voor de behandelaar is dit het dossier van de zorgorganisatie. Om het zorgproces optimaal in te richten is het noodzakelijk om informatie uit te wisselen tussen de persoonlijke dossiers van burgers en de dossiers van zorgorganisaties. Het uitwisselen van deze informatie was onderwerp van mijn vorige blog. In deze blog wil ik verder in gaan op veranderingen die noodzakelijk zijn bij zorgorganisaties. Op dit moment zijn zorgorganisaties niet ingesteld op het gebruik van persoonlijke dossiers, terwijl het succes sterk afhankelijk is van de zorgorganisaties. In deze blog ga ik in op een aantal van deze veranderingen.

  • Dirk Jan van der Pol
  • 29 mei 2013

Een belangrijke verandering voor zorgorganisaties is het besef dat de patiënt/cliënt actief onderdeel uitmaakt van het zorgproces en ook een eigen instrument heeft. De vraag die zorgorganisaties zich moeten stellen is, hoe om te gaan met de informatie uit het persoonlijk dossier. Wanneer een behandelaar bijvoorbeeld bloed laat prikken, weet deze behandelaar precies hoe de werkwijze is. Met andere woorden, de behandelaar kent de context waarin het bloed wordt geprikt. Wanneer de burger deze bloeduitslag in zijn persoonlijke dossier plaatst en deelt met een behandelaar die deze context niet kent, zal deze behandelaar de bloeduitslag waarschijnlijk niet meenemen in zijn overwegingen.

Het is voor een zorgorganisatie daarom belangrijk dat contexten worden toegevoegd aan de persoonlijke dossiers. Het toevoegen van contexten heeft daarbij direct invloed op de zorgprotocollen van zorgorganisaties. Als bijvoorbeeld iemands gewicht of de hoeveelheid gebruikte medicatie belangrijk is voor de interpretatie van de bloeduitslag, dan moet het gewicht ook gemeten en naar de medicatie gevraagd worden tijdens het bloedprikken. Op deze manier wordt de context aan de bron toegevoegd en is deze voor iedere lezer beschikbaar. Een belangrijke stap is daarom dat zorgorganisaties hun zorgprotocollen tegen het licht houden en onderzoeken welke protocolaanpassingen noodzakelijk zijn.

Daarnaast is het ook van belang dat behandelaren nadenken over de informatie en het moment waarop deze informatie wordt overdragen vanuit het dossier van de zorgorganisatie naar het persoonlijk dossier van de burger. Essentieel hierbij is dat de informatie die gedeeld wordt begrijpelijk is voor de burger, de burger helpt en de behandeling of de gezondheid van een burger niet schaad. Het is de verantwoordelijkheid van de behandelaar om hier keuzes in te maken. Het kan niet zo zijn dat het vrijgeven van informatie door zorgorganisaties aan burgers leidt tot (medische) problemen.

Het overdragen van een kopie van de medische informatie aan burgers is een onderwerp waar tot nog toe beperkt over is nagedacht. Dit is ook in de meeste gevallen niet nodig omdat de informatie alleen in het dossier van de zorgorganisatie is opgeslagen. De zorgorganisatie heeft daarmee invloed op de uitgifte van deze informatie aan burgers. Op het moment dat iemand een digitale kopie van (een deel) van zijn dossier krijgt en deze opslaat in zijn persoonlijk dossier is van deze betrokkenheid geen sprake meer. Het is daarom essentieel om na te denken en beleid te vormen over de informatie uitgifte naar burgers.

Ik ben erg benieuwd naar reacties van zorgorganisaties op deze veranderingen. Zijn deze haalbaar? Wordt de toegevoegde waarde van een persoonlijk dossier ook gedeeld door zorgorganisaties?

Naast veranderingen bij zorgorganisaties is er ook een verandering bij de burger zelf noodzakelijk om het persoonlijk dossier tot een succes te maken. In mijn volgende blog zal ik ingaan op deze veranderingen.

Over de auteur:

Dirk Jan van der Pol

Dirk Jan is in maart 2012 in dienst gekomen bij Ordina met een missie in de zorg. In 2003 werd bij hem kanker geconstateerd en deze ziekte is de belangrijkste drijfveer voor zijn missie. Zijn missie is gericht op het zelfredzaam maken en regie geven van de burger. Deze benadering van de zorg betekent een paradigma shift die nodig is om de groeiende zorgvraag op te vangen tegen lagere kosten, met behoud van kwaliteit. Dirk Jan is evangelist van deze paradigma shift. Naast zijn zorginhoudelijke kennis heeft Dirk Jan jarenlange ervaring als (Enterprise) Architect. De combinatie van zorginhoud en architectuurkennis gebruikt hij om innovatieve oplossingen te realiseren voor de zorgmarkt die bijdragen aan de regie en zelfredzaamheid van de burger.