ORDINA BLOGT

'Organisatiefysica': Natuurkundig perspectief op de Corporate Organisatie

Ik ben geen natuurkundige. Laat staan dat ik veel kennis bezit van Kwantummechanica – een van de belangrijkste natuurkundige theorieën. Wel houd ik van een ongewoon perspectief uit verrassende hoek.

  • 13 februari 2013

Wel houd ik van een ongewoon perspectief uit verrassende hoek. In januari heb ik m’n nieuwe Kindle uitgetest door te starten met ‘The Grand Design’ van Stephen Hawking. De beste man weet hoe hij moet schrijven, zodat ik alles prima kan volgen. Zo goed, dat ik na zijn lessen (ben pas op de helft) vanaf nu opteer voor een natuurkundig perspectief op de corporate organisatie! Bij deze doop ik dit tot Organisatiefysica.

Het perspectief van de kwantumtheorie

Goed, wat is dat dan, kwantummechanica? Ik houd het voor nu heel simpel, kwantummechanica verschilt op twee punten van de klassieke natuurkunde:
 
1. Een meting is waarnemer (positie)afhankelijk.
2. Een meting is niet absoluut. Het gedrag van een elementair deeltje kan alleen maar op basis van kans worden beschreven.

 
Kort gezegd, wat de kwantumtheorie beweert is dat natuurkunde – de wetenschap der wetenschappen – bol staat van de onnauwkeurigheden. Je kunt je voorstellen dat dit behoorlijk ‘breaking news’ was in het begin van de vorige eeuw en dat prominente geleerden hier niet meteen aan wilden geloven.

De voorspelbare organisatie

Terug naar de werkvloer, waar de CEO op de cent nauwkeurig zijn toekomstige positie mag voorspellen aan onze vrienden van Goldman Sachs, JP Morgan, Barclays en consorten. Waar de CEO dit vervolgens ook verwacht van iedereen onder zich. Waar targets worden gesteld om deze voorspellingen waar te maken. En waar deze worden gemeten met KPI’s en afgeleiden daarvan.
 
En toen begon het bij me te ratelen. Als ’s werelds meest wetenschappelijke wetenschap uitgaat van onzekerheden in meting van natuurkundige verschijnselen, waarom blijft corporate ‘aarde’ dan maar geloven in nauwkeurige metingen (en zelfs voorspellingen) van sociale verschijnselen – waarbij ‘wetten’ volledig context- en cultuurafhankelijk zijn?

Organisatiefysica

Voor de onoplettende lezer – ik geloof niet in deze voorspelbaarheid. Ik geloof in een botanische tuin op de noordpool vol zwarte zwanen. Met zeemeerminnen. Daarom pleit ik voor een natuurkundig perspectief op de organisatie – de Organisatiefysica. Organisatiefysica gaat uit van de twee bovenstaand beschreven punten, en voegt daar nog een derde, sociaal component aan toe.
 
3. Een meting is afhankelijk van het belang van de waarnemer


 
Want we zijn allemaal tenslotte zoogdieren die gewoon willen overleven, toch?

Case: Organisatiefysica toegepast

Om dit perspectief verder toe te lichten maken we gebruik van een voorbeeld. Stel je voor: een operationele afdeling is ge-offshored naar India, en in hartje Rotterdam willen we ‘in control’ blijven. We stellen SLA’s op en gebruiken KPI’s om de performance te meten. Zo weten we precies hoe goed we draaien. Denken we. Organisatiefysica schetst een perspectief om aan te geven waarom dit vaak niet werkt – of iets genuanceerder – waarom dit niet de enige manier is.
 
Allereerst punt 1. Een meting in een organisatie is waarnemer (positie)afhankelijk. Op basis van positie of tijd worden successen of mislukkingen op verschillende manieren bekeken. Cultureel gezien vind een Indiër een status van een proces sneller ‘rood’ dan een Nederlander. Hij heeft een andere definitie van ‘succes’ en ‘mislukking’. Toch knap lastig om dan de daadwerkelijke performance te meten.
 
Dan punt 2. Een meting in een organisatie is niet absoluut. En los daarvan meten we vaak de verkeerde elementen.  Er worden in India vijf tickets binnen vijf dagen opgelost en het lampje staat op groen. Echter, die vijf tickets waren werkelijk onderdeel van één vraag. Een vraag die door de juiste persoonlijke verbindingen binnen vier uur opgelost had kunnen worden. Snelheid op groen. Kwaliteit en effectiviteit – en daarmee ook snelheid – op rood. Maar niemand die het weet.
 
Tenslotte punt 3. De Indiër heeft een belang bij groene lichten, zo ook zijn Operationeel Manager in Rotterdam. In dit geval worden de KPI’s niet meer gebruikt om aan te tonen hoe het gaat, maar misbruikt om aan te tonen dat we allemaal opslag verdienen. Het staat op het dashboard, dus het is waar. Totdat het echt een keer misgaat. En misgaat. En nog eens misgaat.

De botanische tuin

Mijn punt? Meten is weten gaat lang niet altijd op. Meten maakt vreemd.Het uitgaan van nauwkeurigheid door meten zorgt voor vervreemding van de werkelijkheid. Maar ook voor vervreemding van elkaar. En vervreemding van het daadwerkelijke doel.Ik geloof  in de botanische tuin op de noordpool vol zwarte zwanen.  Dat je moet accepteren dat lang niet alles voorspelbaar is.Dat je mensen fouten moet kunnen laten maken.
 

Kort gezegd, ik geloof dat je het perspectief van organisatiefysica toe kan passen op de volgende manier:
 
1. Breng mensen bij elkaar. Verklein waarnemingsverschillen. Laat mensen de werkelijkheid ervaren.
2. Verklein meetonnauwkeurigheid. Of beter – accepteer dat je niet altijd alles kunt meten. Vertrouw eens op het meest natuurlijke meetinstrument, je intuïtie. Zet geen specifiek doel, maar geef richting.
3. Vergroot vertrouwen. Laat mensen op elkaar vertrouwen in plaats van op cijfers.

Doen!

Behoorljk utopisch, ja. Onmogelijk, zeker niet. Agile – met name toegepast binnen softwareontwikkeling – brengt in feite alle 3 bovenstaande elementen al bij elkaar op projectniveau. En met succes. Dus waarom niet grootser aanpakken? De stap naar organisatieniveau is aanstaande. Ik denk sneller dan de meesten verwachten. Wie durft het aan?