ORDINA BLOGT

Open Data NL: hinken op twee benen

Nederland heeft een Actieplan Open Overheid maar geen wetten die dat ondersteunen. Sterker, de huidige regelgeving belemmert overheidsinstellingen vaak om serieus met open data aan de slag te gaan. Een wat schizofrene situatie waar de regering momenteel aan werkt, zij het met een zuunige kruideniersmentaliteit.

  • 27 augustus 2014

Net terug van vakantie viel het me op. Open data in de pers. De drie-en-een-half duizend datasets van het CBS zijn sinds een maand als open data beschikbaar. Ook niet zo lang geleden: lancering van de Open Cultuur Data API, de 1-loket-functie voor het ontsluiten van Nederlandse musea-, bibliotheek- en archiefbestanden. En nog eentje die in het oog sprong: de landelijke parkeergegevens die de RDW sinds begin dit jaar als open data publiceert in het Nationaal Parkeer Register.

Gebroken linkjes

Maar niet alleen de succesverhalen vielen op. “Geen progressie in open data” roept BinnenlandsBestuur.nl: het aantal te benaderen datasets loopt zelfs terug, het overgrote merendeel van de linkjes op data.overheid.nl werkt niet. En niet alleen de techniek laat te wensen over, ook de mind-set van gemeenten en andere overheden wordt aan de kaak gesteld. Iets als Open Spending, het publiceren van de eigen boekhouding, is nog lang geen algemeen aanvaarde praktijk.

Oeps. Ik sloeg het Trendrapport Open Data van de Algemene Rekenkamer er even op na. Daarin werd in maart al gesteld dat de overheid wat meer de daad bij het woord kan voegen, met name door

  • ondersteuning door de ambtelijke top
  • inzicht in beschikbare data
  • concrete plannen en deadlines
  • inzet van mensen en middelen

Tja, dat mag natuurlijk niet ontbreken. Voor open data heb je meer nodig dan alleen (verbale) politieke meewind.

Uitdagingen voor open data

Naast de klassieke veranderdrempel moet je een aantal uitdagingen managen. Als de open te stellen data bijvoorbeeld nog eigen inkomsten genereert heb je een gewetensvraag te beantwoorden. Dat is ook het geval als die data inzicht biedt in je eigen (wan)prestaties. En verder moet je natuurlijk goed opletten dat je geen juridische steken laat vallen (privacy, rechten van derden).

Een medewerker van een ministerie maakte me onlangs attent op een nog fundamentelere uitdaging. Een bestuursorgaan heeft namelijk wettelijk geregelde bevoegdheden. Buiten die bevoegdheden mag het niet opereren. Nu zal het in dat verband nauwelijks relevant zijn of je je interne data openstelt of niet. Maar wie serieus open data publiceert, zet zich in om de kwaliteit en toekomstvastheid ervan te waarborgen. Dat is namelijk essentieel voor het vertrouwen van afnemers om er daadwerkelijk iets mee te gaan doen. En daar wringt de schoen: het - al dan niet formeel - onderschrijven van dat soort verwachtingen is een externe dienstverlening die meestal niet onder de bevoegdheid van een bestuursorgaan valt.

Daarnaast betekent toekomstvastheid van de gepubliceerde open data ook méér ballast voor het interne proces bij wijzigingen in taakstelling en organisatie. Lastig voor de politieke slagvaardigheid van een overheidsinstelling.

Bestuurlijk draagvlak

In het licht van deze uitdagingen begrijp ik dat een ambtelijke top zich zonder expliciete sturing de vingers niet zal willen branden aan het openstellen van data.

Kortom, werk aan de politieke winkel. Niet dat de politiek intussen stilzit. Sinds het “nieuwe WOB” wetsvoorstel van GroenLinks in 2012 wordt er getrokken aan een actievere openbaarheid van de overheid. Een wat minder vergaand voorstel van GroenLinks en D66 (“Wet Open Overheid”, WOO) ligt nog steeds op tafel. Gezien de crisis misschien geen A-taak, maar je zou zeggen dat er intussen wel weer wat aandacht gegeven kan worden aan B-taken. Dat vond de tweede kamer onlangs ook. PvdA en VVD stelden Kamervragen over de gebroken linkjes uit het eerdergenoemde bericht van BinnenlandsBestuur.

Hard werken

In zijn antwoord laat Minister Plasterk weten dat hij vindt dat er inderdaad hard gewerkt zou moeten worden aan het ontsluiten van overheidsinformatie als open data maar dat elk ministerie daar zelf verantwoordelijk voor is. Het kabinet zal eind september aangeven hoe hier overheidsbreed structuur aan gegeven wordt door “stimulering, facilitering en kennisoverdracht”.

Dat klinkt jammer genoeg meer als gerommel in de uitvoeringsmarge dan als het aanpakken van de genoemde fundamentelere uitdagingen.

Van een “open”-minded kabinet zou ik verwachten dat actieve openbaarheid middels open data nu zo snel mogelijk wettelijk verankerd wordt. Dit ook in het kader van de Richtlijn 2013/37/EU, die binnen een jaar geïmplementeerd zou moeten zijn.

Concrete plannen

En dat er middelen beschikbaar komen. De minister geeft aan de investeringskosten voor open data onderzocht te hebben. Ook is er een top-50 met datasets die met voorrang kunnen worden ontsloten. Concrete plannen zijn dus mogelijk. Ik zou daarom verwacht hebben eind september ook man, paard, euro’s en deadlines te mogen horen.

Dat niet alleen voor die top-50 (duh), maar ook voor de overige datasets. We zouden kunnen beginnen met het publiceren van een inventaris van open datasets van de overheid. Helemaal in lijn met de open data gedachte verwacht ik dan niet dat die inventaris meteen correct en compleet is. Maar vanuit mijn armchair auditor positie wil ik wel een lijntje om kritische vragen te kunnen stellen. Zodat die vervolgens proactief opgepakt kunnen worden om die correctheid en compleetheid zo nodig bij te spijkeren.

Ik laat me eind september verrassen. En blijf intussen hopen dat er na dat dubbele gehinkel nu een sprintje komt.